Hart van Onderwijs

Interview met Juf Sylvia van Hurck

Sylvia is intern begeleidster van de onderbouw op de Nieuwe Jozefschool in Weesp. Ze is ook leerkracht in de kleuterbouw op die school. Tevens heeft ze op de Voorschoolse opvang, Jacinta, gewerkt. Sylvia heeft dus ervaring met het werken met de vier hartkwaliteiten, ook bij hele jonge kinderen.

Kun je iets over de waarde van Hart van Onderwijs vertellen en dan met name over de vier hartkwaliteiten bij peuters, omdat je daarmee gewerkt hebt?

Aan het begin van het schooljaar legden we de vier hartkwaliteiten tijdens de Gouden Weken aan de peuters uit en herhaalden deze vaak. En dan was “We zijn vriendelijk voor elkaar” belangrijk. Het waren peuters met weinig taal, dus die zijn vrij fysiek. Als kinderen dan fysiek ruzie kregen, zeiden wij tegen de kinderen: “We zijn vriendelijk voor elkaar”, “Wij zijn lief voor elkaar”. Dan hoefde je weinig taal te gebruiken. Of we zeiden: “Nou, kijk eens naar dat rode hart, wij zijn lief voor elkaar” (vertelde dit zachtjes). En dat was eigenlijk heel natuurlijk en kinderen gebruikten dat onderling. Als twee kinderen iets deden wat niet mocht, dan wezen andere kinderen alleen maar naar het rode hart en wij zeiden dan “We zijn lief voor elkaar”. Dat zat er echt heel goed in. Ik denk dat mijn opvolgster het nog steeds gebruikt bij de peuters.

En die andere hartkwaliteiten, werden die ook gebruikt of staan die wat verder weg van peuters? Hoe gingen peuters daarmee om?

Die hebben we in het begin minder gebruikt, later wel. Bijvoorbeeld als we in kring zaten, dan zeiden we: “We horen bij elkaar”. We wezen dan op de blauwe hart. Door elkaars handen vast te pakken, konden ze ook voelen dat ze bij elkaar horen. Als we complimentjes gaven, zeiden we: We zijn blij voor elkaar”. We wezen dan op het groene hart. We oefenden bijvoorbeeld Kitty Kikker als peuters samen moesten opruimen of een puzzel gingen maken. Als een kind een moeilijke puzzel pakte die hij eigenlijk niet kon maken. Dan zeiden we: “Oh, misschien kan een ander kind even helpen?”, “We helpen elkaar”. De kinderen gebruikten onderling de kleuren van de harten om de vier hartkwaliteiten duidelijk te maken en wij gebruikten taal, door de zinnetjes van de vier erbij te betrekken.
En nu ben je leerkracht in de onderbouw, in groep 1 en 2. Zie je daar ook de waarde van de vier hartkwaliteiten? Is dat dan anders dan bij de peuters?
Jazeker, zie ik de waarde ervan in. Hier gebruiken we juist wel die hartsvrienden, want dat leeft wat meer dan alleen maar naar een hart wijzen. En in het begin hebben we ook de poppen van de dieren erbij gehaald. Dat ze even de dieren kunnen voelen, aaien, want kleuters leren echt wel door dingen vast te houden en te voelen. We hebben natuurlijk het boek een paar keer voorgelezen en erover gepraat. We gebruiken Pablo paard als kinderen niet van elkaar mee mogen doen: “Hoe zou Pablo Paard gereageerd hebben?” En dan denken de kinderen: “Oh ja”, en dan mag een kind vaak wel weer meedoen. De kinderen hebben dan wel onze tussenkomst nodig. Maar je kan het wel mooi gebruiken en inzetten.

Ik merk dat deze vier hartkwaliteiten niet alleen op groepsniveau werken, maar ook op individueel niveau. We hebben één jongetje in de klas die best wel snel boos is. Hij irriteert zich snel aan andere kinderen en wil zijn excuses niet aanbieden als hij andere kinderen heeft geslagen of geschopt. Ik zeg dan: “Nou, hoe zou Ali Aap dit opgelost hebben?” “Zou hij wel sorry zeggen of gewoon boos blijven zitten?” Ja, dan kijkt hij mij aan, moet even nadenken en zegt dan: “Ja, die zou wel sorry zeggen”. “Zou jij dan ook als Ali Aap kunnen reageren en dan even sorry zeggen?” En toen ging hij het doen.

We hebben het over de groep, over de leerlingen gehad. Denk jij dat HvO ook iets voor leerkrachten kan betekenen?

Ja zeker, want eigenlijk is het kinderleven een afspiegeling van de grote mensenwereld. Soms kunnen we nog heel veel leren van kinderen. Dus wat wij bij kinderen graag willen zien, zie je niet altijd bij volwassen terug (vertelt met een kleine lach). Maar ik had het zo net met mijn collega erover dat wij zelf eigenlijk ook een knijpertje bij een dier op de posters moeten ophangen. De kinderen doen dat ook. Ze kiezen elke week een dier waar ze mee gaan oefenen en hangen een knijper bij dat dier. En dat kan een dier zijn waar ze al goed in zijn of een dier waar ze mee geholpen moeten worden. Wij, als juffen en meesters, kunnen zelf ook een knijper ophangen en toelichten van “Deze week kies ik bijvoorbeeld voor Ali Aap en die wil ik deze week zijn”. Want ik merkte dat ik vorige week niet zo heel erg vriendelijk was en dan kan je ook uitleggen waardoor dat kwam. Ik zeg dan wel eens aan het einde van de dag: “Kinderen, ik was niet zo aardig vandaag en ik was een beetje moe, sorry morgen wordt het weer leuk, maar vandaag ben ik gewoon niet zo leuk geweest (zeg ze lachend). Ik wil morgen weer wat meer Ali Aap zijn”.

Deel dit interview

Aanmelden workshop

Wilt u op de hoogte worden gehouden betreft komende workshops?

Workshop

Vul het onderstaande formulier in om op de hoogte gehouden te worden betreft de drie workshops in 2023

Deze zijn:

  • De vier hartkwaliteiten
  • De zes vaardige middelen
  • Aandacht in de klas

Vul uw naam en e-mail adres in en ik neem contact op!